|
| |
Kans op tabakverslaving
De nicotine in de tabak is zeer verslavend. Het lichaam ontwikkelt een acute
gewenning en past zich vanaf de eerst trek aan de nicotine aan. Daardoor heb je
steeds meer nicotine nodig om het effect nog te voelen en treden er al zeer snel
onthoudingsverschijnselen op. Dat gebeurt al wanneer de dosis nicotine waaraan
het lichaam gewend geraakt is, aan het teruglopen is. Je gaat je onrustig
voelen, raakt geïrriteerd, kunt je niet meer concentreren, krijgt hoofdpijn en
slaapt slecht. Ga je roken, dan verdwijnen deze onthoudingsverschijnselen weer.
De rustgevende en kalmerende werking die sommigen na het roken ervaren, is
eigenlijk niets anders dan het verdwijnen van onrustgevoelens en
onthoudingsverschijnselen die -let wel- door het roken zijn ontstaan. Je wilt
eigenlijk een constant niveau van nicotine en rookt de hele dag door. Dat je
afhankelijk bent geworden van nicotine, merk je pas als je wilt stoppen.
Gevolgen van roken
Roken leidt tot een reeks van lichamelijke klachten en ziekten. Door
koolmonoxide, nicotine en mogelijk andere stoffen in de tabaksrook raken de
vaatwanden beschadigd. Vet kan zich makkelijker afzetten waardoor aderverkalking
kan ontstaan. Op de langere termijn raken vaten vernauwd of slibben dicht.
Afhankelijk van de plaats waar dit gebeurt, kan dit leiden tot pijnlijke
ledematen, een hersenbloeding of een hartinfarct.
Roken is ook zeer slecht voor de ademhalingsorganen. Hoofdschuldige is de teer.
Teer belemmert de werking van de trilharen van het slijmvlies. Hierdoor kunnen
de trilharen hun werk - afvoer van vuil en stof - niet meer goed doen. Het vuil
en overtollige slijm moet worden opgehoest waardoor longblaasjes kapot gaan. Dit
kan tal van longziekten veroorzaken, zoals bronchitis, longemfyseem en
longkanker. Bronchitis is een chronische ontsteking van het slijmvlies,
longemfyseem is kortademigheid omdat de longen te weinig zuurstof krijgen.
Longkanker ontstaat doordat beschadigde plekken in de longen veranderen in
abnormale cellen die een bron vormen voor kankercellen. Op alle beschadigde
plekken kunnen kankers ontstaan, zoals neus-, keel-, slokdarm- en
strottenhoofdkanker.
Met roken beschadig je niet alleen jezelf. Ook je directe omgeving rookt mee.
Meerokers hebben 20% meer kans op longkanker. Roken is ook schadelijk voor het
ongeboren kind. De foetus groeit trager en het gemiddelde geboortegewicht is
lager. Ook bij borstvoeding krijgt de baby schadelijke stoffen binnen.
|